Fysieke arbeidsbelasting is geen nieuw probleem. De cijfers zijn al jaren bekend, de risico’s zijn uitgebreid beschreven en vrijwel iedere organisatie heeft het onderwerp ergens in de RI&E benoemd. Toch blijft de daadwerkelijke impact vaak onderbelicht. Volgens de TNO factsheet Fysieke Arbeidsbelasting 2025 kost werkgerelateerd verzuim door klachten aan het bewegingsapparaat Nederland jaarlijks €2,2 miljard aan loondoorbetaling. Een bedrag dat niet alleen iets zegt over gezondheid, maar ook over productiviteit, continuïteit en duurzame inzetbaarheid. Een structureel vraagstuk, geen incident De factsheet laat zien dat 37% van alle werknemers fysiek belastend werk verricht. In sectoren als logistiek, bouw en vervoer ligt dit aandeel zelfs boven de 50%. Het gaat daarbij om tillen, duwen, trekken, werken in ongunstige houdingen en repetitieve bewegingen. De gevolgen zijn zichtbaar: Werknemers met fysiek zwaar werk verwachten gemiddeld 1,7 jaar eerder te moeten stoppen met werken. 29% van de werknemers met lichamelijk zwaar werk geeft zelf aan dat aanvullende maatregelen nodig zijn. Dat laatste cijfer is misschien wel het meest veelzeggend. Het zijn niet adviseurs of beleidsmakers die dit signaleren, maar de mensen die het werk dagelijks uitvoeren. De TOP-strategie: duidelijk, maar niet altijd gevolgd Binnen de arbopraktijk is de TOP-strategie al jaren het uitgangspunt: Technische maatregelen (bronaanpak) Organisatorische maatregelen Persoonsgerichte maatregelen zoals training TNO is hier helder over: maatregelen die de oorzaak van de belasting wegnemen, hebben de voorkeur. Toch zien we in de praktijk dat organisaties vaak starten bij de derde stap. Tiltraining, instructies en bewustwordingssessies worden ingezet, terwijl de fysieke belasting in het werk zelf grotendeels onveranderd blijft. Training kan bijdragen aan bewustwording, maar is zelden voldoende als zelfstandige maatregel. Zeker bij structureel belastende taken blijft het lichaam de limiterende factor. Technische ondersteuning in het werk zelf Binnen de technische bronaanpak groeit de aandacht voor hulpmiddelen die direct tijdens het werk ondersteuning bieden. Denk aan tilhulpmiddelen, mechanisatie, maar ook aan draagbare ondersteunende technologie zoals exoskeletten. Onderzoek laat zien dat exoskeletten bij specifieke taken kunnen leiden tot een reductie van circa 25–35% in fysieke belasting, mits correct geselecteerd en geïmplementeerd. Het gaat daarbij niet om een vervanging van andere maatregelen, maar om een aanvulling binnen een bredere aanpak. Belangrijk daarbij is dat dit geen “plug-and-play”-oplossingen zijn. Succesvolle inzet vraagt om: taakgerichte analyse, goede afstelling, een korte gewenning, en evaluatie onder realistische werkomstandigheden. Vooruitkijken naar 2026 We staan aan de vooravond van een nieuw jaar. Veel organisaties hebben hun RI&E op orde, weten waar de fysieke risico’s zitten en beschikken over voldoende data. De vraag is niet meer of fysieke arbeidsbelasting een probleem is, maar wat de volgende stap wordt. Blijven we vooral investeren in gedragsmaatregelen, of durven we structureel te kijken naar het anders inrichten van werk? Niet alleen om kosten te reduceren, maar vooral om mensen gezond en inzetbaar te houden. De cijfers zijn bekend.De strategie is helder.Nu is het moment om de vertaalslag te maken van analyse naar actie. Berichtnavigatie Meertalige werkvloer vraagt om extra aandacht voor arbeidsveiligheid